Sta ik mijzelf wel toe dat ik besta? Over bezit, bezetenheid en de prijs van bestaansrecht

Waarom zoek je bevestiging van je bestaan in het bezitten van anderen?

Deze blog is een overdenking van de vraag: Sta ik mijzelf wel toe dat ik besta? Ik gebruik hiervoor de woorden bezit en bezeten om deze existentiële kwestie met diepgang te onderzoeken.

Woorden hebben een eigen trilling; ze laten ons resoneren op een niveau dat dieper ligt dan de betekenis zelf. Een woord roept iets op, soms vaag als een doorzichtige sluier, soms haarscherp als een mes. Woorden kunnen emoties losmaken en we kunnen ons ermee verbinden, zelfs vereenzelvigen. Probeer het eens: zeg hardop ‘bezit’. Voel je die stevigheid, die zekerheid van een greep? En zeg dan ‘bezeten’. Voel je daar de onrust, de kriebel van iets dat niet meer volledig van jou is?

Bezitten betekent hebben. Het is iets wat je tot je eigendom rekent, wat impliceert dat je er invloed op kunt uitoefenen en een verantwoordelijkheid op je neemt. Als je iets hebt bezeten en het moet loslaten, kun je verdrietig zijn, maar ook opgelucht mijmeren over wat je hebt gehad. Het is een relatie van buiten naar binnen.

Maar bezit kan leiden tot bezetenheid. Dat is een andere, meer filosofische ingang. Waar bezit een staat van hebben is, is bezetenheid een staat van zijn. In dat geval ben je niet langer de eigenaar; je bent het toneel geworden waarop een ander zijn stuk speelt. Er is iets dat jou heeft ingenomen. Je grenzen vervagen. Je denkt dat je handelt uit liefde of zorg, maar in werkelijkheid reageer je op een drijfveer die niet van jou is. Je bent niet meer de regisseur van je eigen leven, maar een speler die zijn eigen tekst vergeet.

De angst die in de schaduw blijft

En hier schuilt de angst, die vaak in de schaduw moet blijven omdat we er liever niet naar kijken. Deze angst is de drijfveer achter de bezetenheid. Het is de existentiële vrees: ‘Besta ik wel echt als ik niet nodig ben?’ Of nog erger: ‘Besta ik alleen als ik iets bezit dat mijn waarde bevestigt?’

Om deze angst te dempen, wordt het kind onbewust ingezet als een tool. Het kind wordt het instrument waarmee de ouder zijn eigen bestaansrecht probeert te creëren. Het kind moet slagen, moet gelukkig zijn, moet de dromen waarmaken die de ouder zelf niet durfde te leven. Het kind is niet langer een autonoom wezen, maar een middel om de leegte van de ouder te vullen.

De metafoor van de tuinier en het plantje

Stel je dit voor als een tuinier en een plantje.

Een gezonde ouder is als een tuinier die het plantje water geeft en beschermt, maar wacht om te zien wat het plantje zelf wil worden. Hij volgt de natuurlijke lijnen van het zaadje. Maar wanneer de tuinier bang is dat hij zelf niet bestaat als hij geen perfecte tuin heeft, grijpt hij in. Hij snoeit takken weg die niet in zijn plan passen en kleurt de bloemen om ze mooier te maken.

In dat moment is het plantje niet meer een levend wezen. Het is een decorstuk geworden, een tool om de tuinier zijn eigen bestaansrecht te bevestigen. Als het plantje bloeit, voelt de tuinier zich geliefd. Als het afwijkt, voelt hij zich een mislukking.

Het kind leert dan dat het alleen veilig is als het voldoet aan de verwachtingen van de ander. De vrijheid om een wilde bloem te zijn, wordt ingewisseld voor de veiligheid van een gesnoeide heg. En dat is het verlies dat we zo vaak niet zien, omdat het vermomd is als liefde.

Het existentiële verlies van vrijheid

Dit kost het kind zijn vrijheid. Het verlies is existentieel: het verlies van het recht om simpelweg te zijn, zonder prestatie. Het kind voelt dat het zijn eigen bestaan moet ‘verdienen’ door te voldoen aan de verwachtingen van de ander. De ruimte voor eigen ontdekking wordt ingeperkt tot een smalle corridor van ‘goed gedrag’.

De vrijheid om fouten te maken, om af te wijken, om simpelweg anders te zijn dan de ouder wenst, wordt ingewisseld voor de veiligheid van een voorspelbaar plaatje.

Misschien herken je dit niet alleen bij jezelf als ouder, maar ook in je eigen jeugd. Heb jij als kind ook geleerd dat je ‘goed’ moest zijn om liefde te verdienen? Dat je fouten niet mocht maken, omdat ze de ander onrustig maakten? Dat is de prijs van die voorspelbare veiligheid.

De uitweg: Van schuld naar bewustzijn

Het besef dat je onbewust je kind hebt gebruikt om je eigen bestaan te bevestigen, kan een zware last zijn. Het roept vragen op: ‘Heb ik mijn kind al te veel gekwetst?’ of ‘Ben ik wel goed genoeg?’ Maar hier is de belangrijkste les: Schuld is geen vonnis, het is een kompas.

Het feit dat je dit nu ziet, betekent dat de bezetenheid al begint te lossen. De angst die je dreef, verandert nu in aandacht. Je hoeft niet morgen al de perfecte ouder te zijn die nooit meer fouten maakt. De uitweg begint niet met het herstellen van alles wat ‘fout’ ging, maar met één klein moment van bewustzijn.

Drie stappen om de greep los te laten

  • Stop met de auto-pilot. Als je merkt dat je boos wordt omdat je kind niet doet wat jij wilt, pauzeer dan. Vraag jezelf af: ‘Is dit boosheid over het kind, of is dit mijn eigen angst dat ik niet goed genoeg ben?’
  • Erken je eigen leegte. In plaats van het kind te vragen die leegte te vullen, durf dan zelf die leegte te voelen. Zoek steun bij een partner, een vriend, of een professional. Laat het kind weer een kind zijn, en neem je eigen verantwoordelijkheid voor je eigen bestaansrecht.
  • Geef ruimte voor het ‘mislukken’. Als je kind een fout maakt, en jij merkt dat je paniek voelt, zeg dan tegen jezelf: ‘Dit is niet mijn falen. Dit is hun leerproces.’

Elke keer als je kiest voor de eigen angst van het kind boven je eigen behoefte aan controle, bouw je een brug terug naar de vrijheid. Het is een proces van loslaten, niet van perfectie. En in dat loslaten ontdek je dat je bestaansrecht niet afhankelijk is van wat je kind doet, maar dat het er al is, puur omdat jij bent wie je bent.

Conclusie: Terug naar de trilling

We begonnen met de vraag of we onszelf toestaan te bestaan, en met de trilling van de woorden bezit en bezeten. We zagen hoe de angst om niet te bestaan ons kan leiden tot een staat van bezetenheid, waarin we de ander – en vooral het kind – reduceren tot een tool voor onze eigen overleving. We zagen het verlies van vrijheid, het snoeien van de wilde bloem tot een voorspelbare heg.

Maar de weg terug is er. Het begint met het herkennen van die trilling in jezelf. Het begint met het durven voelen van je eigen leegte, zonder die te vullen met de prestaties van een ander. Het is de moed om te stoppen met het regisseren van iemands leven, en te vertrouwen op de levenskracht die in elk mens al aanwezig is.

Wanneer je stopt met het bezitten van de ander, herwin je niet alleen hun vrijheid, maar ook de jouwe. Je hoeft niet meer te bewijzen dat je bestaat. Je bent er. En dat is genoeg.

De tuinier die stopt met snoeien, ziet misschien eerst chaos. Maar als hij wacht, ziet hij dat het plantje, nu het zijn eigen weg mag gaan, sterker en mooier bloeit dan hij ooit had durven dromen. Dat is de vrijheid die wacht.

Klaar om de greep los te laten?

De volgende keer dat je merkt dat je controle wilt uitoefenen, stop dan even. Vraag jezelf af: “Wie ben ik als ik dit niet nodig heb?” En luister naar het antwoord. De vrijheid wacht daar, net buiten de greep van de angst.

Deel deze tekst als je herkent dat je ook op zoek bent naar die vrijheid, of laat een reactie achter over hoe jij omgaat met de balans tussen zorg en controle.

Plan nu jouw contactmoment:

Deze blog is wellicht voor jou interessant:

Gevoelige kinderen groeien niet vanzelf over hun gevoeligheid heen. Ontdek hoe gevoeligheid een spiegel is voor opvoeding, patronen en emotionele veiligheid, en waarom het geen zwakte is maar een uitnodiging tot bewustwording en verbinding.

 Gevoelige kinderen: dat gaat vanzelf over.. of laten ze iets zien?

Wat als gevoeligheid niet iets is waar een kind overheen groeit, maar iets dat ons iets wil laten zien? In dit blog onderzoek ik hoe gevoelige kinderen spiegelen wat onuitgesproken blijft. Over overtuigingen, schaduw, labels en opvoeding. Een uitnodiging om anders te kijken, zachter te worden en gevoeligheid weer welkom te heten.

Meld je aan voor de Inspiratiemail van Joan Meints

Voed je ziel en wordt geïnspireerd

Inspiratie opdien om je ziel te voeden. Misschien wel om je innerlijk pad naar verandering te effenen. Omdat je niet alleen bent.

Ook jij bent onderdeel van het grotere geheel. Je beïnvloedt en je wórdt beïnvloedt door alles en iedereen om je heen.

Kom tot rust. En leef.

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *