Leven in de warmte van de mestvaalt

Leven in de warmte van de mestvaalt

Een metaforisch verhaal over leven in de mestvaalt. Over warmte, loyaliteit en verwarring die een toegangspoort blijkt te zijn.

Je vertelt me soms dat je het hier eigenlijk best goed hebt. Dat het warm is. Dat je weet waar je aan toe bent. En terwijl je dat zegt, sta je met je laarzen diep in de vaalt en veeg je achteloos je handen af aan je broek. Ik knik dan. Niet omdat ik het helemaal begrijp, maar omdat ik herken hoe deze plek je draagt. 

Hoe de bodem zacht is geworden door jaren van blijven. 

Hoe niets hier plotseling gebeurt.

Ik weet nog hoe ik hier ooit aankwam. Niet bewust. Niemand kiest een mestvaalt op de kaart. Je rolt erin, glijdt erin, wordt erin geboren. Eerst is er alleen warmte. Damp die opstijgt als adem. Geluiden die dof klinken, gedempt door lagen van wat eerder is achtergelaten. 

Het is een plek waar alles samenkomt: resten, mislukkingen, overschotten, maar ook beloftes die ooit niet zijn waargemaakt. Alles ligt hier op elkaar en begint, langzaam, te werken.

Je ruikt het niet meer. Dat is misschien wel het belangrijkste. De geur is overal, dus nergens. Hij zit in je haar, in je huid, in de plooien van je kleren. Je beweegt erin zoals een vis in water. Als iemand je ernaar vraagt, haal je je schouders op. 

Wat bedoel je, geur?

Dit is gewoon hoe het is.

Hoe jij bent.

Soms komt er iemand langs de rand staan. Iemand die hier niet woont. Die even kijkt, zijn hoofd schuin houdt en iets zegt wat blijft hangen.

Dat je iets met je meedraagt.

Dat het niet prettig ruikt. Je lacht het weg.

Natuurlijk. Wat weet die ander ervan?

Jij leeft hier.

Jij weet hoe het werkt.

Je weet dat mest voedt, dat er iets groeit, ooit, ergens. 

En bovendien: het is veilig hier.

De wanden zijn hoog, de kuil bekend.

Ik wil je niet overtuigen. Want ik weet hoe trouw je bent aan wat je kent. Ik weet ook hoe moeilijk het is om te zien dat iets wat je gevormd heeft, je misschien niet meer dient. Dat besef komt niet als een gedachte, maar als een verstoring. Een lichte tocht langs je nek. 

Een moment waarop je denkt: wat als?

Bij mij kwam het door afstand. Door weg te zijn. Niet voorgoed, niet dramatisch. Gewoon een tijdlang elders. 

De lucht was daar anders. 

Scherper misschien, lichter. 

Ik wist niet meteen of ik het prettig vond. 

Mijn neus moest wennen. 

Mijn lichaam ook. 

Ik miste de warmte. De constante aanwezigheid van alles en iedereen. Daar buiten de vaalt was ruimte, maar ook leegte.

Stilte die je niet opvult, maar je aankijkt.

En toch, toen ik terugkwam, rook ik het. Plotseling. Alsof iemand een gordijn had opgetrokken. Dezelfde damp, dezelfde vertrouwde warmte — en tegelijkertijd iets dat schuurde. Niet fout. Niet slecht. Maar anders. 

Ik zag mezelf weer staan, zoals ik altijd had gestaan, en ik voelde hoe ik me tegelijkertijd binnen en buiten bevond.

Het perron is de plek waar ik nu aan je denk. Waar treinen aankomen en vertrekken zonder dat je zeker weet welke de jouwe is. Verwarring hangt er als mist. Niet omdat je niets weet, maar omdat je te veel tegelijk voelt.

Loyaliteit trekt aan je mouw. Herinneringen fluisteren dat je hier thuishoort. Dat je ondankbaar bent als je zelfs maar over vertrek nadenkt.

Je zegt dat het pijn doet. 

Dat je je schuldig voelt. 

Dat je bang bent om een verrader te worden van de grond die je heeft grootgebracht. 

Ik luister. Ik weet dat dit geen rationeel vraagstuk is. Dit gaat niet over goed of fout, maar over plek. Over of je, zoals je nu staat, nog kunt ademen.

Niemand vertelt je hoe je moet kiezen. Misschien hoeft dat ook niet. Maar misschien is blijven ook een keuze.

Misschien is het enige wat gevraagd wordt dat je ziet waar je staat. Dat je niet langer doet alsof de geur niet bestaat, of alsof hij alles is wat er is.

Ik zie je twijfelen aan de rand. Je ene voet nog diep in de vaalt, de andere zoekend naar stevigheid elders. Je kijkt om je heen, naar de mensen die hier blijven. Sommigen kijken niet op. Anderen zien je wel, en hun blik snijdt dieper dan woorden. Jij voelt hoe oud de banden zijn. 

Hoe ze je hebben vastgehouden toen je nog niet wist wie je was.

En toch. Er is ook dat andere gevoel. Dat zachte maar onontkoombare weten dat jouw plek misschien niet precies hier is. Dat de bouwstoffen die je hebt verzameld, klaar zijn om iets anders te voeden.

Dat groei soms vraagt om verplaatsing, niet uit afkeer, maar uit trouw aan wat wil ontstaan.

Ik loop niet voor je uit. En ik trek je niet mee. Ik blijf dichtbij genoeg om je te laten weten dat verwarring geen fout is, maar een doorgang. Dat de mestvaalt niet alleen een plek van blijven is, maar ook van loslaten. Van transformatie die niet altijd zichtbaar is, maar wel voelbaar.

Als je straks een stap zet — klein, aarzelend — weet dan dat je niets afwijst. 

Je draagt alles met je mee. 

De warmte, de geur, de geschiedenis. 

Ze zitten in je vezels. 

Maar ze bepalen niet langer je richting.

En als je blijft, blijf dan bewust. Met open ogen. Wetend waar je staat en waarom. Dat is misschien wel de meest eerlijke vorm van trouw.

Ik sta hier, aan de rand of naast je in de kuil, afhankelijk van de dag. En ik weet: welke route je ook neemt, hij hoeft niet de kortste te zijn. 

Alleen de jouwe

Meer metaforische verhalen? Deze is wellicht voor jou interessant:

Soms spreekt het leven niet met woorden, maar in symbolen. De afgelopen maanden ontmoette ik drie slangen. Wat begon als toeval, bleek een fluistering van mijn binnenwereld. In dit nieuwe blog neem ik je mee in wat deze ontmoetingen me lieten voelen, begrijpen en openen – in mijzelf en in mijn werk.


De spirituele symboliek van slangen op je pad

categorie: Spiritueel en symbolisch werk


Soms spreekt het leven niet met woorden, maar in symbolen. De afgelopen maanden ontmoette ik drie slangen. Wat begon als toeval, bleek een fluistering van mijn binnenwereld. In dit nieuwe blog neem ik je mee in wat deze ontmoetingen me lieten voelen, begrijpen en openen – in mijzelf en in mijn werk.

Meld je aan voor de Inspiratiemail van Joan Meints

Voed je ziel en wordt geïnspireerd

Inspiratie opdien om je ziel te voeden. Misschien wel om je innerlijk pad naar verandering te effenen. Omdat je niet alleen bent.

Ook jij bent onderdeel van het grotere geheel. Je beïnvloedt en je wórdt beïnvloedt door alles en iedereen om je heen.

Kom tot rust. En leef.

De spirituele symboliek van slangen op je pad

De spirituele symboliek van slangen op je pad

De spirituele betekenis van de slang – symboliek van adder en ringslang

Soms spreekt het leven niet met woorden, maar in symbolen. De afgelopen maanden ontmoette ik drie slangen. Wat begon als toeval, bleek een fluistering van mijn binnenwereld. In dit nieuwe blog neem ik je mee in wat deze ontmoetingen me lieten voelen, begrijpen en openen – in mijzelf en in mijn werk.

Over de symboliek van de adder, de ringslang en de fluistering van de schaduw

Nu eens een blog met een geheel andere insteek. Omdat Ik ervan overtuigd ben dat elke ontmoeting in je leven betekenis heeft. Daarom zie ik elke ontmoeting als een mogelijkheid om iets van jezelf te leren. Dat kun je op mensen betrekken, maar eigenlijk geldt dat voor elke ontmoeting.

Zelfs een (onverwachte) ontmoeting met dieren. Waarvan sommige echt tot de verbeelding spreken. Een cadeau wat prima momenten oplevert voor contemplatie.

Bijvoorbeeld mijn ‘ontmoeting’ met drie slangen in het voorjaar en begin van de zomer. Een ervaring die zich niet zomaar met het hoofd laat begrijpen. Ze landen ergens dieper – in het lijf, in de stilte tussen twee gedachten. De afgelopen maanden werd ik drie keer stilgezet door iets dat uit het niets leek op te duiken.

Niet één, maar drie slangen. Elk op een ander moment, op een andere plek, maar telkens niet ver van huis.

Genoeg reden om me te verdiepen in de betekenis die in inheemse tradities aan deze dieren wordt gegeven.

Wat en wie heb ik ontmoet

Eerst was er in april de bruine adder, toen de ringslang in juni en niet lang daarna, begin juli, dook daar plots een zwarte adder op.

Alsof er langzaam een verhaal voor me werd ontvouwt – over afpellen, over overgang, over vrouwelijke kracht. Over wat niet langer genegeerd wil worden.

Ik neem je mee in wat deze ontmoetingen me lieten zien. Niet als hocus-pocus. Niet als waarheid, maar als een uitnodiging. Om waar te nemen en te doorvoelen.

April – De bruine adder: het ontwaken van de schaduw

Het is april als ik wandel over een smal pad langs het ven. Opeens valt mijn oog op een vorm tussen de grassprieten. Met de kleur van de aarde, bijna onzichtbaar. Maar als ik stilsta en mijn ogen zich aanpassen, zie ik hem (of haar) duidelijk: een bruine adder, prachtig getekend, kronkelend in een zachte lus.

Ik voel geen paniek, wel een diepe alertheid. Alsof mijn lijf weet: dit is niet zomaar een ontmoeting. Want hoe vaak heb ik een adder gezien?

De adder is giftig, maar bijt gelukkig zelden zonder aanleiding. Hij komt niet om aan te vallen, maar om bewustzijn te brengen. In systemisch werk staat de adder voor mij symbool voor het verborgene. Voor wat uit het zicht is geraakt, maar voelbaar aanwezig is. Denk aan een familiegeheim. Een weggestopt verdriet. Een kracht die ooit als te gevaarlijk werd ervaren.

In die weken zit ik midden in een persoonlijk proces waarin oude thema’s zich aandienen. Thema’s die ik dacht al “verwerkt” te hebben, maar die blijkbaar vragen om dieper te worden doorleefd. De adder herinnert me eraan dat niet alles cognitief kan worden opgelost. Er zijn nu eenmaal vraagstukken die met het lijf gevoeld mogen worden.

De bruine adder is de bewaker van de grens. Hij zegt: “Tot hier en niet verder — tenzij je bereid bent écht te kijken.”

Juni – De ringslang: de cyclus erkennen

Twee maanden later. Ik wandel in de volle zon als ik een dode slang zie liggen op het asfalt. Slank, zilvergrijs, met een gele ring om zijn nek. Geen adder deze keer, maar een ringslang. Niet giftig. Toch roert hij iets in mij.

De ringslang ligt tussen twee werelden in: de aarde en de weg. Dood, maar nog heel. Er zit iets eerbiedigs in zijn aanwezigheid, iets dat me doet vertragen. Alsof hij me vraagt: wat mag er sterven, zodat iets anders kan leven?

Systemisch raakt dit aan het thema van integratie. Het herkennen van oude patronen, zonder ze te willen fixen. In plaats van ‘weg ermee’ zegt de ringslang: “Maak de cirkel rond. Alles wat je ooit was, hoort bij jou. Ook wat je liever wegduwt.”

De ringslang doet mij op een later moment herinneren aan de Ouroboros – de slang die zichzelf in de staart bijt. Dat is een oud symbool voor cyclische tijd, voor het idee dat alles in ons leven in rondes beweegt.

Verdriet, woede, liefde, rouw: het komt en het gaat. En wat je niet volledig hebt kunnen voelen, keert terug – totdat het gezien is.

In mijn praktijk zie ik het vaak: cliënten die telkens tegen hetzelfde thema aanlopen. Niet omdat ze falen, maar omdat er (nog) iets mag worden afgerond. Gezien. Geëerd. De ringslang nodigt uit tot compassie met ons eigen tempo.

Juli – De zwarte adder: belichaming van kracht

Dan, begin juli. Opnieuw een slang. Deze keer een zwarte adder. Donker, bijna mystiek. Waar de bruine adder me waarschuwde en de ringslang me verzachtte, voelt deze ontmoeting als iets anders. Dit gaat over kracht.

De zwarte adder beweegt langzaam maar trefzeker door het hoge gras. Ik voel kippenvel. Niet uit angst, maar door de intensiteit. Alsof ik getuige ben van iets heiligs. Een oeroude kracht die zich niet laat opjagen, niet laat regisseren, alleen maar laat zien als het moment rijp is.

De zwarte adder staat voor belichaamde vrouwelijke kracht. Die stille kracht die niet roept, maar aanwezig ís. Die zich niet hoeft te bewijzen, maar ook niet wijkt.

Spiritueel raakt ze aan een allesomvattende energie. Die niet troost met zachte woorden, maar met waarheid. Die zegt: “Jij bent gemaakt van zoveel meer dan je denkt.”

Opnieuw voel ik dat het niet gaat om betekenis ‘vinden’, maar om de ervaring toelaten. Mijn lijf vertelt me meer dan mijn hoofd begrijpt.

Het is zomer. De tijd van bloei. En toch voel ik: iets wil afsterven. Iets in mij weet dat er ruimte gemaakt moet worden voor iets nieuws – en dat dit geen hoofdzaak is. Maar een ritueel. Een overgave.

De spirituele betekenis van de slang. Wat de drie ontmoetingen me leerden

Als ik deze drie ontmoetingen naast elkaar leg, zie ik een innerlijke reis:

  • De bruine adder (april): roept me op om te vertragen, te voelen wat ik tot dan toe heb genegeerd.

  • De ringslang (juni): herinnert me aan de cirkel, aan de integratie van oud zeer, aan mijn eigen tempo.

  • De zwarte adder (juli): nodigt me uit om mijn plek volledig in te nemen – in mijn lijf, in mijn leven, in mijn lijn.

Samen vertellen ze het verhaal van een overgang. Geen uiterlijke, maar een innerlijke. Een verschuiving van aanpassen naar belichamen. Van “wat moet ik loslaten?” naar “wat mag ik helemaal zijn?”.

Ik geloof dat zulke ontmoetingen niet buiten jezelf gebeuren. Deze ontmoetingen  gebeuren IN ons. In de buitenwereld wordt je binnenwereld getoond. De natuur is een spiegel, een leraar, een boodschapper.

Je hoeft alleen maar te kijken. Waar te nemen.

Ben jij in een overgang? Of voel je dat er iets onderhuids leeft dat erkend wil worden?

In mijn werk begeleid ik mensen bij systemische processen – niet vanuit analyse, maar vanuit het lichaam. Vanuit wat zich wil tonen, niet wat we willen oplossen.

Je bent welkom in mijn praktijk in Nieuw-Balinge, of kies voor ‘Systemisch kuieren’ om je innerlijke wereld buiten te ervaren.

Of plan nu een (gratis) telefonische afspraak voor een eerste verkennend gesprek.

Meer lezen? Deze blogs zijn wellicht voor jou interessant:

Leven in de mestvaalt: over bewustwording, verwarring en het innemen van je eigen plek


Leven in de warmte van de mestvaalt

categorie: Spiritueel en symbolisch werk


Verkenning via de metafoor van de mestvaalt en hoe vertrouwde omgevingen ons vormen én begrenzen. Over warmte die veiligheid biedt, geuren die onzichtbaar worden en de verwarring die ontstaat wanneer je voelt dat jouw plek misschien elders ligt. Een verhalende uitnodiging tot bewustwording en innerlijke keuze.

Meld je aan voor de maandelijkse Inspiratiemail van Joan Meints