Denk niet wit, denk niet zwart
denk niet zwart-wit
maar in de kleur van je hart
Kleur. Het is 45 jaar geleden en toch komt die gebeurtenis vanuit het onbewuste telkens weer naar de bovenlaag. Een gebeurtenis die voor mij alles te maken had en (nog steeds) heeft met kleur. En de verwarring die kan ontstaan in kleur.
Denk niet wit, denk niet zwart, maar in de kleur van je hart zong Frank Boeijen 40jr. geleden nav de dood van Kerwin Duinmeijer in 1983. In dit blog een bespiegeling over kleur. Over zwart en wit, kleuren die beide niet als kleur worden gezien. Zwart en wit, uiteinden van een spectrum. Het één weerkaatst en geeft terug, de ander absorbeert en laat het ‘verdwijnen’. En er is meer!
De stroom van het leven
Een zwartkijker is iemand met een sombere blik. Iemand die het leven zwaar neemt. Meegaan in de stroom van het leven en je daaraan overgeven (b)lijkt onbereikbaar. Wit is een ‘kleur’ aan het andere uiterste van het spectrum. Op zoek naar de tegenhanger van zwartkijker trof ik op het WWW deze zin in het Nederlands Dagblad: De Witkijker leest en denkt in deze donkere maanden na over het nieuws en signaleert verhalen die hoopvolle ontwikkelingen laten zien, als tegenwicht voor de dagelijkse stroom onheil. Hoop en positiviteit als tegenhanger van de sombere (negatieve?) kijk op het leven.
Wij en zij – de tegenstelling
In eerdere blog-artikelen heb ik geschreven hoe wij mensen groepsdieren zijn en dat het (evolutionair) belangrijk is om deel uit te maken van een groep. Er zijn boeken vol geschreven over dit onderwerp. Ik zelf laat mij hierin graag inspireren door de boeken van Piet Weisfelt. Je kleur bekennen is jezelf in de groep plaatsen die deze kleur onderschrijft. Dat geeft stevigheid, houvast, controle, rugdekking. Je weet je gezien en om de identiteit van de groep te waarborgen is het gemakkelijk om je af te zetten tegen groepen ‘met een andere kleur’.
Conformeer of vertrek
De verzuiling die we hebben gekend in Nederland is een goed voorbeeld van samenklonteren en afwijzen. Er was geen ruimte voor de kleuren die bestaan tussen zwart en wit. De sociale groepscontrole was daarvoor te groot. Er zit veel veiligheid opgesloten in deze samenklontering. JIJ hoort erbij! De voorwaardelijkheid zit er dan in dat jij je wel hebt te conformeren aan de groep. Anders lig je eruit. Hoor je er niet meer bij. De grens opzoeken was daardoor een risicovol pad. De meeste groepsleden kozen angstvallig voor het zich conformeren aan de groep. Zonder zich er slecht bij te voelen.
Wat moet JIJ wel niet van mij denken
Losbreken uit de voorwaardelijkheid van de verzuiling was als een bal die te lang onder water was gehouden. De opgebouwde druk zorgde ervoor dat het verlaten van groepsidentiteit doorschoot naar individualisme. Een nieuwe heilige graal. Ergens van losrukken is een proces van spanning opbouwen en ontladen. Als twee mensen zich achterover hangend aan elkaar vasthouden en elkaar vervolgens plotseling loslaten dan zijn twee mensen hun stevigheid kwijt en kun je eigenlijk alleen maar vallen. Het vastklampen aan een (vermeende) groep hoorde ik onlangs nog in de opmerking: “Als ik dát doe, wat moeten de mensen dan wel niet van mij denken?
In het grijs ben je op jezelf aangewezen
Het is goed of het is fout. Wat de uitkomst is, hangt af tot welke groep je behoort. Nu is dualiteit iets wat in heel ons leven speelt. De vraag is hoe jij je kunt verhouden tot beide polariteiten. Kun jij van het een naar de ander bewegen? Of zit je vast in het uiterste punt van een polariteit. Hieronder een paar voorbeelden van polariteiten:
Vertrouwen-Wantrouwen;
Schuld-Onschuld;
Strijd-Overgave
Man-Vrouw
Samen-Apart
Autonomie-Twijfel/Schaamte
Leven-Dood
Drama-Eigen Plek
Tussen Zwart en Wit zitten ongelooflijk veel nuances van grijs. En het is juist in dat grijs waarin je op jezelf bent aangewezen. Een plek van verwarring.
Een poort naar een nieuwe realiteit
De verzuiling is maar een voorbeeld. Het losmaken van de verzuiling, de ontkerkelijking die daar onlosmakelijk mee verbonden is. Het geeft verwarring. Heel veel verwarring. En dat is nodig. Want verwarring is de poort naar een nieuwe realiteit. Dat wij het als mensen moeilijk vinden hoe om te gaan met deze verwarring zien we in het ontstaan van allerlei nieuwe groepen. Er wordt een nieuw houvast gezocht. Waar hoor ik bij? En wie hoort daar vervolgens vooral niet bij? De identiteit wordt opnieuw ontleend aan de groep. Is er voor jou nog ruimte voor de vragen: “Wie ben ik in het geheel?”; “Wie ben ik ten opzichte van jou?”
Door de verwarring heen: Vertrouwen
Denk niet wit, denk niet zwart, denk niet zwart-wit. Denk in plaats daarvan in de kleur van je hart. Je kunt het beluisteren als een aanklacht. Maar ook als een aanmoediging!Een aanmoediging om door alle verwarring heen te blijven vertrouwen. En dat vertrouwen begint als altijd weer bij jezelf. Pas als jij jezelf kunt vertrouwen en lief te hebben ben je in staat een ander te vertrouwen en lief te hebben. Het leven leven is de energie laten stromen. Meegaan in de flow, aannemen wat voorbijkomt in het vertrouwen dat jij mee en op kunt gaan in de levensstroom.
De twijfel is lang gebleven
45 jaar geleden – Hemelvaartsdag. Als altijd op een donderdag. Een christelijke feestdag. Een vrije dag. Blijkbaar een prima dag om de dakspanten te plaatsen op de door mijn vader zelf gebouwde bungalow. Een dag met een moment van verwarring. Van twijfel. Ik was mij zo bewust van die verwarring dat ik die tot op de dag van vandaag dit nog kan oproepen. Kan dit wel? Mag dit wel? Op Hemelvaartsdag? Natuurlijk heb ik er geen vragen over gesteld. Maar de twijfel is lang gebleven. Kan iets een beetje goed of een beetje fout zijn? Er zijn veel van die verwarrende momenten in mijn leven geweest. Wegdrukken en conformeren is de eerste impuls, de gedachte toelaten dat ik er zélf iets van mag vinden krijgt steeds meer voet aan de grond.
Het huis staat er nog steeds, stevig gebouwd. Een huis met plezierige én verdrietige momenten. En ook dat is een polariteit waartoe ik mij heb te verhouden.
Generaties als spiegel: Systemisch Werk en De Invloed van Familietrauma
Hoe beïnvloeden onze voorouders wie we vandaag zijn? Ontdek de kracht van generatiewerk en hoe systemisch werk helpt om de onderstroom van je familiegeschiedenis te begrijpen.
Systemisch werk gaat over systemen. Dat we deel uit maken van een systeem. Van meerdere systemen zelfs. Het team waar je op je werk deel van uit maakt, de volleybal vereniging, het zijn allemaal groepen waar je als deelnemer mede vorm geeft aan die groep. Wat elke deelnemer afzonderlijk inbrengt, heeft invloed op de hele groep.
Doordat de delen van het geheel invloed hebben op het geheel wordt het beschouwd als een systeem. Je familie is een speciaal systeem. Je kunt je er namelijk niet aan onttrekken. Zelfs niet als je dat zou willen. Een blog over generaties en hun invloed.
Oude verhalen mogen een plek hebben
De impact van het getal 7 in generatiewerk
Het getal 7 in systemisch werk is een magisch getal. Zeven staat in veel culturen voor compleetheid. Het geeft aan dat iets af is. Het kan niet beter worden dan het is, of juist niet erger. Dit gegeven heeft een oorsprong in oude verhalen. Iets wat in de generaties niet is aangekeken werkt 7 generaties lang door.
Dat is een enorm lange tijd: Ik ben geboren in 1963; Vader 1939; Opa 1898; Over-groot opa 1865; Over-over-groot opa 1837; Over-over-over-groot opa 1797; Over-over-over-over-groot opa in 1750. We gaan zeven generaties terug voor dat het eerst in onze familielijn de achternaam Meints is gebruikt.
Generaties van over-leven
Wat heeft zich in al die generaties afgespeeld? Wat is in de schaduw verborgen omdat het geen aandacht mocht krijgen? Mijn voorouder van 7 generaties terug was scheper (herder) op de Ballooëler heide. De idyllische gedachten die opkomen bij het ronddwalen op de heide zal weinig raakvlakken hebben met het over-leven in die tijd. Slavernij, oorlogen, het zijn de grote gebeurtenissen die zich hebben afgespeeld in deze geschetste periode.
Hoeveel impact dat heeft gehad is moeilijk te achterhalen. Hoogstens te verbeelden. Op gezinsniveau ging het waarschijnlijk vooral over armoede, hard werken, niet achterom kijken en overleven.
Alles wat niet verwerkt kan worden zet zich vast in het celgeheugen
Het trauma leeft door de generaties heen
Alles wat niet kon worden verwerkt, onder invloed van leefomstandigheden en gebruiken, heeft zich vastgezet in het celgeheugen van het lichaam. En zo leeft het trauma voort door de generaties heen. Het generatietrauma is geboren.
Er zijn zoveel voorbeelden (te bedenken) die daarop van toepassing zijn. Denk hierbij aan stil geboren kinderen, miskramen, ongewenste afgebroken zwangerschappen. Of de schande van zwangerschap om vervolgens afstand (moeten) doen van het geboren kind. Dochters die niet mochten (door)leren, ze waren anders nodig. Of dat de dochter ongewild de rol van de overleden moeder in het gezin moest overnemen.
Er zijn zoveel verborgen verhalen
Zojuist las ik op Facebook een aangrijpend bericht over een gefusilleerde verzetsstrijder in mijn geboortedorp. Nog heftiger is het hoe een jongetje van zes jaar mee werd gevraagd die gefusilleerde jonge verzetsstrijder op te halen. Volgens het verhaal zag hij als oude man nog steeds voor zich hoe de voeten van deze neergeschoten man buiten de kar staken.
Hij heeft er nooit met iemand anders over kunnen praten. Je kunt je (nu, in deze tijd) niet voorstellen hoe zo iets heeft kunnen gebeuren. Illegaal slachten; onderduikers; NSB, Indië, er is zo veel geheim gebleven.
Onverwerkt Trauma wordt ingeëtst in het DNA
En er zijn veel gezinnen die aan de oorlogstijd geen specifiek slechte herinneringen hebben. Het leven op het platteland ging gewoon door, en er was voldoende te eten. Je hoofd buigen als de paarden worden gevorderd? Dat gebeurde nu eenmaal. Je kunt slechts raden hoeveel impact dit gehad moet hebben.
Ook in onze families zijn er jonge jongens afgereisd voor deelname aan de oorlog in Indië. Onder het mom van politioneel werk. Orde herstellen. Eenmaal weer thuis ging dat boek dicht. Er werd niet gepraat over de indrukken die in het DNA zijn ingeëtst. Het geheim doorbrak de orde thuis.
Niet zeuren, gewoon doorgaan
Tegenwoordig is het steeds gebruikelijker om actief te werken aan het verwerken van gebeurtenissen die een grote impact hebben (gehad) op je leven. Dat deze beweging door een grote groep mensen nog steeds als zwakte wordt gezien maakt het niet gemakkelijker.
Daar spreek trouwens een grote, maar onbewuste loyaliteit uit naar hen die ons voorgingen.
Die wel de kracht hadden om het verdriet en de boosheid weg te slikken en vervolgens door te gaan. Zo is het nu eenmaal. Punt. Niet zeuren, gewoon doorgaan. Het leven gaat nu eenmaal niet over rozen.
Pas als het wordt aangekeken is heling mogelijk
Manifesteren om te kunnen helen
Afgelopen zomer was ik in de Jacobus-kerk in Rolde. Op een plek waar theoretisch gezien Claas Meints, de (naam)stamvader ook geweest zou kunnen zijn. Honderden jaren aan gebeurtenissen, levenservaringen en trauma’s zijn sindsdien door de familielijn gegaan. Vele zullen, naar ik hoop, op enige manier zijn verwerkt. Maar hoeveel is er weggestopt?
Trauma’s doorgeven in het celgeheugen
Weggestopt, om vervolgens te worden ‘vergeten’ en opgeslagen in het celgeheugen. Maar daarmee is het niet klaar! Zo ontwikkeld zich een generatietrauma. Een trauma dat zich in de daaropvolgende generaties alsnog manifesteert. Om verwerkt en geheeld. te worden.
Werken met en in de onderstroom
Werken met en in de onderstroom
In de tweede alinea las je over het getal zeven. Wat staat voor compleetheid. Het getal geeft aan dat iets af is. Iets kan niet beter worden dan het is, of juist niet erger. De systemen waar je over las in de eerste alinea streven altijd naar heel zijn. Pas als iets is verwerkt en een plek heeft gekregen wordt het ingesloten.
Daar waar jij nú door wordt gehinderd, wat niet met gebruikelijke methoden is op te lossen, juist dát kan wel eens de oplossing voor een dieper liggende ervaring zijn. Met een (familie) opstelling werken we met de onderstroom. Wat mag worden aangekeken?
De bovenstroom is wat je ziet, het ongeziene in de onderstroom bepaalt de richting
Uitsluiting: Een groot thema
Het fijne van werken met opstellingen is dat wat echt aangekeken kon/mocht worden ook daadwerkelijk kan helen. Je ziet dat er op dat moment rust komt in de opstelling en daarmee in het systeem. Uitsluiting is en blijft een groot thema. Uitsluiting van mensen, maar ook van ervaringen of ‘dingen’.
En dat is niet het enige. Hoe is jouw overmatig geven (en jezelf wegcijferen) in balans te brengen met nemen? Of breng je met jouw geven de balans terug in wat eerder overmatig is genomen? In oorlogstijd gaat de dood vergezeld van veel verkrachtingen. Een onbewuste balans in het nemen en geven van LEVEN?
Er is nog veel te ontdekken
Ik zie een groeiend bewustzijn hoe (niet verwerkte) gebeurtenissen uit het verleden impact hebben op het heden. En ik ervaar om mij heen ook de ontkenning van deze denkrichting. Dat is oké.
Zelf ervaar ik ook telkens opnieuw de grenzen van wat ik (nu) aan kan nemen.
Daar is loyaliteit aan het familiegeweten debet aan. Door de grenzen telkens iets op te rekken wordt het bewustzijn wel verruimd. En een grens verlegd. Het lichaam verhaalt, geeft signalen af. Om je er bewust van te maken wat er voor jou nog is te doen. Een bijdrage die heelt. Toen, nu en straks. Er is nog veel te ontdekken.
Nog even over patronen
Generaties lang was over-leven een invulling van leven. Een invulling die net zo lang doorwerkt totdat geheeld kan worden wat is gesepareerd. Want alleen kunnen leven laat de energie volop stromen. Dat wat in de onderstroom nog aangekeken mag worden bepaalt ongewenst wat er nu gebeurt. Het blog over generaties als spiegel in de invloed van trauma’s uit het verleden.
Welke patronen uit jouw familielijn zou jij willen helen?
Een ontmoeting
op zielsniveau
is niet vrijblijvend.
Je kunt geraakt worden
In contact zijn is het ervaren van een verbinding met een ander. In contact ben je ‘hier en nu’. Met aandacht voor elkaar. Als je erop let zie je hoe jij je spiegelt naar de ander. Dezelfde houding, dezelfde gebaren. In dat contact is er ontspanning, wederzijds respect, vertrouwen. Is er ruimte om je eigen unieke plek in te nemen en de ander haar eigen plek te gunnen. In het contact kun je aanraken en aangeraakt worden. Een voorwaarde voor hechting. Contact is voor ons als mens een levensvoorwaarde. Een natuurlijk uitreiken en toe naderen.
Op het schoolplein wordt er heftig rondgerend, vooral de jongens rennen in vliegende vaart achter elkaar aan en proberen voortdurend, door het maken van schijnbewegingen en het maken van scherpe bochten tijdens het rennen, contact te voorkomen. Want als je wordt aangeraakt, dan ben je AF.
Tijdens de intervisie bijeenkomst worden er verhalen verteld. Een verhaal in het bijzonder raakt haar. Het roept een gevoel van medeleven op. Onder dit opkomende gevoel van medeleven en verdriet ligt de herkenning van haar eigen verhaal. Ze slikt en verdwijnt in haar eigen wereld.
Aanraken en je aangeraakt weten
De keerzijde van contact maken is isoleren. Je vermijdt het contact. Het is gedrag wat je hebt ontwikkeld in reactie op je angst om gekwetst te worden. In het isoleren bescherm je een pijnlijk deel van jou. Contact gaat over (aan)raken en (aan)geraakt worden. Dat is groter dan alleen een lichamelijke aanraking. Misschien ben jij je er helemaal niet van bewust dat jij je terugtrekt en daarmee het contact verbreekt. Het is het onderzoeken waard of jij je terugtrekt omdat je gekwetst wordt of dat je telkens verwacht gekwetst te worden.
Wisselwerking in het contact
Om deel uit te kunnen maken van het veld van mensen waartoe je behoort is contact een eerste vereiste. Het is een uitreikende beweging die vanuit het lichaam wordt ingezet. Je zoekt contact en je laat het contact van de ander toe. Dan ontstaat er een wisselwerking waaruit je kunt groeien en jezelf ontwikkelen. Je weet je opgenomen en gedragen in de groep waartoe je behoort door de uitreiking die jij doet. Als het wederzijdse contact is gemaakt en de energie in het contact stroomt wordt je bevestigd in wie je bent. Het overlevingsgedrag kan zich ontspannen.
Het project wat zij onder handen heeft vervuld haar met trots. Weliswaar met vallen en opstaan lukt het haar om iets nieuws te creëren. Ze kan niet wachten tot het eindresultaat daar is en ze alleen kan gaan genieten van wat is bereikt. Ze vindt het lastig om haar project met anderen te delen. Ze gaat haar eigen weg. Waardoor haar in ieder geval de kritische op- en aanmerkingen bespaard. Die heeft ze in haar verleden al genoeg gehad.
Hij vertelt wat hij van de groepsbijeenkomst vindt. Zijn ontevredenheid over hoe het gaat roept bij de ander weerstand op. De leden van de groep voelen zich aangevallen en verweren zich. Hij beseft dat hij weer in zijn oude valkuil is gestapt en een gevoel van machteloosheid en verdriet overvalt hem. Kon hij maar weggaan.
Het uitdovende vonkje
Het is best spannend om contact te maken. Je reikt uit naar de ander in de hoop dat je uitreiking wordt aangenomen. Is dat het geval dán voel je je bevestigd. Maar wordt je uitreiking niet aangenomen of beantwoord op een voor jou onplezierige manier dan kun jij je gekwetst voelen. Iedereen ontwikkelt wel manieren om zich te wapenen tegen (teveel) gekwetst worden in het contact maken. Het vonkje van het contact maken dooft hoe dan ook uit als de uitreiking niet wordt beantwoord. En iedereen heeft in de basis het contact met de ander nodig om te ervaren dat je bestaat.
De impact voor het kind
Contact maken, uitreiken en daarin beantwoord worden. Is dat gelukt, dan is hechting de volgende stap. Je kunt je voorstellen hoe groot de impact is op het kind als zijn uitreiking naar de groep waartoe hij behoort niet wordt aangenomen. Een levensvoorwaarde wordt niet vervuld. Als er geen contact gemaakt kan worden blijft de hechting buiten bereik. Langdurig verstoken zijn van contact is de bodem onder eenzaamheid, wanhoop en angst. Op existentieel niveau. Met mogelijke gevolgen voor het contact (kunnen) maken op latere leeftijd.
Fysieke aanraking als fundament
Ons eerste contact als pas geboren mens is de fysieke aanraking. Nu is het heel gewoon dat de moeder huid-op-huid contact maakt na de geboorte. En dat ook bij couveuse baby’s, zo goed als het kan, huid contact wordt gemaakt. Dat is echter niet altijd zo geweest. Naast het lijfelijk contact kun je ook nú behoefte hebben om door waardering en erkenning (aan)geraakt worden. Dezelfde behoefte blijft. Het is niet voor niets een existentiële behoefte. Contact is onderdeel van de cyclus van het leven: Contact | Hechting | Intimiteit | Sexualiteit | Scheiden | Rouwen | Zingeving.
Blijf je in contact?
Het is een vraag die mij persoonlijk raakt. Het is ook een vraag die dikwijls aan mij is gesteld. Niet zonder reden. Hoewel ik heb geleerd dat fysieke aanraking een fijne manier van contact maken is, heb ik dat na de Corona weer helemaal opnieuw moeten leren. En geconstateerd dat er ook iets is veranderd. Er zijn zoveel verschillende manieren om uit contact te gaan. En ja, ik ken er wel een paar. Wat mij helpt is dat ik het beter kan herkennen. Wanneer kan ik blijven en wanneer heb ik de neiging om te vertrekken.
Misschien herken je iets van onderstaande manieren. Bij jezelf of een ander.
Terugtrekken
Het helemaal eens zijn met de ander
Buigen
Pantseren
Stekels opzetten
Vluchten
Lawaai maken
Te belangstellend zijn
Recht doen aan levensbelang
Als je open, kwetsbaar, nabij en aanraakbaar kunt zijn zijn, dan nodig je iemand anders ook uit om dat te zijn. Het verdiept het contact. Als alles wat er van je zelf is, er ook werkelijk mag zijn kun je elkaar ontmoeten op zielsniveau. En dat is geen vrijblijvende ontmoeting. Wel een heel wezenlijke. En dat doet recht aan het levensbelang van het contact met alle relaties uit jouw veld.
Ontmoeten
is meer dan iemand tegenkomen
of bij elkaar zijn.
Je ontmoet niet zoveel mensen
Dit is een blog over woorden. Over iets wat vastzit. Of juist overstroomt. Een blog over willen vertellen. En niet (meer) worden gehoord. Want er is geen tijd, en wel een wachtrij. Er is geen onwil, het is alleen te groot om aan te horen. En dan valt het stil. Woorden blijven onuitgesproken. Omdat ze niet aangenomen kunnen worden.
Zelfredzaamheid als heilige graal
Verdriet, boosheid, eenzaamheid, radeloosheid, machteloosheid, angst, twijfel. Zeven woorden. Jij kent er vast nog wel een paar. Ik (her)ken ze ook. Niet doorlopend, niet altijd en sommige woorden heel zelden. Maar ik ken ze wel. In de dualiteit van ons bestaan is er voor elke gevoel en emotie ook een andere zijde van die medaille. En wij zijn als mensen groepsdieren. Al heeft het neo-liberale denken geprobeerd dat te ontkrachten en het individualisme en zelfredzaamheid als de heilige graal in de wereld heeft gezet. En met succes! Als een handschoen die precies leek te passen.
Groepsdieren hebben de groep nodig
Tijdens de wandelingen met de hond kom ik dagelijks langs een weiland. Keurig omheind. Een plek voor ezels en paarden. Die net zulke groepsdieren zijn als wij. Dieren die verpieteren als ze voortdurend op zichzelf zijn aangewezen. En reken maar dat de ezel zijn ongenoegen luidkeels kenbaar maakte toen hij alleen in het weiland moest staan. Het paard, soms ook alleen, maakte geen lawaai. Hij was stil en je zag hem gewoon langzaamaan verpieteren. Totdat er een metgezel in de wei werd bijgeplaatst. De gedragsverandering was onmiskenbaar. En niet te missen.
De ontmoeting als overleving
We laten als mens een vergelijkbaar gedrag zien. Heb je het gevoel hebt dat je geen onderdeel van de of een groep (meer) bent, dán gebeurt er iets. Ook als je denkt dat het bij jou wel meevalt. Omdat je altijd wel door mensen wordt omringd. Mensen hebben de ontmoeting met de ander nodig om te (over)leven. Om te kunnen delen, te groeien en zich te ontplooien. Helaas lijkt een steeds grotere wereld de persoonlijke wereld te doen krimpen. Waardoor steeds meer mensen in de massa op zichzelf zijn aangewezen. En wat niet gezegd kan worden vervolgens inslikken.
Al het verlies kent een periode van rouw
Vooruitkijken! Doorgaan! Niet achterom kijken, wat is geweest is immers geweest. De toekomst ligt voor je! En wat is er daardoor toch weinig tijd om elkaars woorden aan te horen. Of om gehoord te worden. De behoefte is ontzettend groot. Maar wie durft die behoefte nog uit te spreken? Iets verliezen betekent rouwen. Hoe groter het gevoelde verlies hoe meer rouw er genomen moet worden. Rouw beperkt zich niet tot het verliezen van een medemens. Al het verlies wat je ervaart kent een periode van rouw. Het is nodig is om je verlies te verwerken. En deze verwerking kent géén tijdsformaat.
Onmacht als bron van gestapelde afwijzing
Gedeelde smart is halve smart. In oude gezegdes en spreuken zit veel wijsheid opgesloten. Je smart delen is niet vragen om oplossingen. Je smart delen is nabijheid voelen, een luisterend oor krijgen. Is je gehoord weten en erkenning voelen voor je smart. Delen is uitreiken naar de ander. Volgens mij willen we dat allemaal. Op zijn minst diep van binnen. Maar we zijn bang geworden. Bang om afgewezen te worden. Bang om in het verdriet van de ander gezogen te worden. En een professioneel oor betekent: Wachten op je beurt. Opnieuw onbedoeld afgewezen?
Zullen we opnieuw beginnen?
Nabijheid ervaren gaat in de contactcirkel over intimiteit. Kunnen en durven delen. Niet noodzakelijkerwijs met woorden. Als je elkaar op een laag kunt ontmoeten waar de nabijheid meer zegt dan woorden is dat heling voor de ziel. Het is de ultieme vorm van gehoord en aangenomen worden met alles wat er is. Doordat we in de huidige tijd zo onthecht (kunnen) zijn, verstild het hart en bemoeilijkt dat de ontmoeting. Luisteren zonder oordeel, we kunnen het allemaal (opnieuw leren). Luisteren zodat er gehoord kan worden. Waardoor jouw woorden (emoties) zich niet vast hoeven te zetten in het lichaam, met alle gevolgen van dien.
Op het moment van schrijven is het Pasen, het voorjaar ontluikt.
Tekort Leegte voelen Niet durven vragen Balans in geven, nemen Overvloed
Overvloed hebben en tekort ervaren
Verlang jij ook zo naar verbinding, liefde en overvloed. Toch voel je diep van binnen een leegte die moeilijk te vullen lijkt. Je verlangt naar erkenning, maar durft niet altijd te vragen. Je hebt het gevoel dat je tekort komt. En dat gevoel heeft impact op je relaties en je energie.
Dit blog gaat over het herkennen en doorbreken van het patroon van tekort. Het biedt handvatten om meer balans te vinden in geven en nemen en leert jou hoe je overvloed kunt ervaren, in jezelf en in je verbindingen.
Wat is het orale masker?
Het orale masker staat centraal in deze blog. Dit masker ontstaat vaak door vroege ervaringen waarin er onvoldoende aandacht, warmte of liefde was om volledig te kunnen ontspannen in jezelf. Misschien was je moeder emotioneel of fysiek niet beschikbaar in een periode waarin jij onvoorwaardelijke zorg nodig had. Niet omdat ze niet van je hield, maar omdat ze simpelweg niet meer kon geven dan ze zelf had.
Dit kan leiden tot gevoelens van tekort en een diep verlangen naar erkenning en verbinding.
Kenmerken van het orale masker:
Een gevoel van onvervulde behoeften en leegte.
Moeite om te ontvangen en te genieten van wat er is.
De neiging om veel te geven in de hoop iets terug te krijgen.
Angst om afgewezen te worden als je je verlangens uit.
Praktijkvoorbeeld:
Lisa is 38 en merkt dat ze altijd degene is die voor anderen klaarstaat. Ze luistert, geeft advies en organiseert bijeenkomsten. Maar als zij zelf iets nodig heeft, voelt ze zich schuldig om te vragen. Ze denkt vaak: ‘Ze zullen me vast egoïstisch vinden.’ Het gevolg? Lisa voelt zich leeg en uitgeput.
Tijdens coaching ontdekte ze dat ze zichzelf had aangeleerd om vooral te geven, omdat ze ooit bang was dat niemand haar verlangens zou erkennen.
De vicieuze cirkel van tekort
Als je het gevoel hebt dat je tekort komt, ontwikkel je vaak strategieën om met die leegte om te gaan. Je doet bijvoorbeeld extra je best om anderen tevreden te stellen, in de hoop dat ze je waarderen. Of je verwacht stilletjes dat anderen jouw behoeften aanvoelen. Naar dan wel zónder dat je deze uitspreekt. Als dat vervolgens niet gebeurt, voel je je opnieuw afgewezen, wat het tekort alleen maar versterkt.
Een ander gedragspatroon kan zijn dat je juist claimend wordt. Je neemt wat je nodig hebt, ongeacht hoe dat voor de ander voelt, omdat de angst om opnieuw afgewezen te worden te groot is. Twee uitersten in een zelfde structuur.
Herkenbaar?
Je geeft veel, maar voelt je niet gezien.
Je voelt je schuldig als je iets vraagt of ontvangt.
Je hebt het gevoel dat niets ooit genoeg is.
“Overvloed begint in jezelf: leer ontvangen en ontdek dat je al genoeg bent, precies zoals je bent.“
Waar komt dit gevoel vandaan?
De wortels van dit patroon liggen vaak in je eerste levensjaar. Als baby heb je naast voeding ook liefde, warmte en aandacht nodig. Wanneer dit niet voldoende wordt gegeven, sla je onbewust de ervaring op dat jouw behoeften niet belangrijk zijn. Dit kan later in je leven zichtbaar worden in gevoelens van tekort, onvervuld verlangen of zelfs een diepgewortelde angst om afgewezen te worden.
Mark (45) voelt zich vaak onbegrepen in relaties. Hij zegt: ‘Ik doe alles voor mijn partner, maar het lijkt nooit genoeg.’ ‘Ze zegt dat ik haar claim, maar ik wil alleen dat ze mij echt ziet’ Tijdens een sessie ontdekte Mark dat hij als kind vaak hoorde: ‘Jongens huilen niet.’ Hierdoor heeft hij zijn behoefte aan troost en erkenning jarenlang weggestopt.
Hoe doorbreek je deze vicieuze cirkel?
De eerste stap in het doorbreken van het tekort is bewustwording. Herkennen dat het gevoel van leegte niet voortkomt uit wat je nú mist. Wat je toen niet kreeg, is waar het in deze structuur over gaat. Je leert daarom verantwoordelijkheid te nemen voor wat je nú nodig hebt. Zodat je deze op een volwassen manier kunt vervullen.
1. Sta stil bij je gevoel
Begin met het erkennen van je gevoelens van leegte, verdriet en misschien zelfs boosheid. Deze emoties zijn vaak lange tijd onderdrukt en willen nu gezien worden.
Oefening:
Neem een moment van stilte en adem rustig in en uit. Stel jezelf de vraag: ‘Wat voel ik nu echt?’ Laat het antwoord komen zonder het te veroordelen. (Neem de tijd om te (leren) voelen).
2. Leer ontvangen
Ontvangen voelt vaak ongemakkelijk als je gewend bent om vooral te geven. Toch is het essentieel om overvloed te ervaren.
Praktijkvoorbeeld:
Tijdens een workshop ontdekte Lisa hoe ze NEE kon zeggen tegen overbelasting en JA tegen hulp. Ze oefende met het simpelweg aannemen van een compliment zonder het af te zwakken. Dit kleine gebaar gaf haar het gevoel dat ze het waard is om te ontvangen.
3. Bouw balans op in geven en nemen
Herstel de balans door bewust te worden van hoe je jezelf belangrijk maakt: geef je om gezien te worden of omdat je echt wilt geven?
Wat je vroeger miste, hoef je niet langer buiten jezelf te zoeken. Jouw bron van overvloed zit in jou.
De bron van overvloed ligt in jezelf
Je kunt pas echt overvloed ervaren als je ontdekt dat jij jezelf kunt voeden vanuit je eigen kracht. Dat betekent niet dat je geen liefde of erkenning van anderen nodig hebt. Je bent alleen niet langer afhankelijk van anderen om overvloed te ervaren..
Stap voor stap:
Erken het tekort van vroeger en geef ruimte aan je verdriet.
Oefen dagelijks met ontvangen, hoe klein ook.
Herinner jezelf eraan dat je goed bent zoals je bent.
“Wat je vroeger miste, hoef je niet langer buiten jezelf te zoeken. Jouw bron van overvloed zit in jou.”
Jouw pad naar overvloed
Het doorbreken van het patroon van tekort is een proces van bewustwording en groei. Het vraagt moed om je oude overlevingsstrategieën los te laten en jezelf open te stellen voor nieuwe ervaringen. Het is een reis die je hebt te maken. (Vergelijk het met het lezen van een boek. Dat is meer dan alleen het omslaan van een bladzijde).
Praktijkvoorbeeld:
Mark werkt nu actief aan het uitspreken van zijn verlangens. In plaats van te verwachten dat zijn partner aanvoelt wat hij nodig heeft, zegt hij: ‘Ik zou het fijn vinden als je me even vasthoudt.’ Dit geeft hem niet alleen meer verbinding met zijn partner, maar ook met zichzelf.
Herken jij dit patroon in jezelf?
Als dit verhaal je raakt en je meer wilt leren over hoe je het gevoel van tekort kunt doorbreken, weet dan dat je niet alleen bent. Tijdens mijn coaching help ik je om deze patronen te doorzien en je eigen bron van overvloed te vinden.